Na een avond met rijst blijft er regelmatig een restje over dat net niet genoeg is voor een nieuwe volledige maaltijd. In plaats van dit restje te laten staan tot niemand meer weet waar het vandaan komt, kan het prima dienen als basis voor een snelle wokschotel. De rijst is al gaar, waardoor de bereiding aanzienlijk sneller gaat dan met verse rijst.
De rijst wordt losgemaakt met een vork en daarna kort meegebakken met wat groenten, een ei of een restje vlees uit de koelkast. Een scheutje sojasaus en een beetje knoflook geven direct meer smaak, zonder dat daarvoor extra boodschappen nodig zijn. Binnen een paar minuten ontstaat zo een warme, volle maaltijd uit iets wat anders vergeten zou raken.
Elke keer een andere combinatie
Geen enkele wokschotel wordt precies hetzelfde, omdat de inhoud afhangt van wat er toevallig nog in de koelkast ligt. De ene keer overheersen groenten, de andere keer juist een restje kip of tofu. Deze afwisseling zorgt ervoor dat het gerecht nooit saai wordt, ook al is de basis telkens gewoon restjes rijst.
Doordat de rijst al gekookt is, kost deze maaltijd nauwelijks tijd om klaar te maken, wat hem ideaal maakt voor een drukke doordeweekse avond. Wie regelmatig rijst kookt, kan er bewust iets meer van maken, in de wetenschap dat het restje de volgende dag alsnog een volwaardige maaltijd oplevert.
Met de tijd wordt het een vanzelfsprekende gewoonte om restjes rijst niet als probleem te zien, maar als het begin van de volgende maaltijd. Zo verdwijnt er minder eten ongebruikt in de koelkast, en wordt er sneller gegrepen naar wat er al klaarstaat in plaats van iets nieuws te bereiden.