Van de soep van gisteren naar een sausje voor pasta

Landschapsillustratie

Na een avond met soep blijft er soms een bodempje over dat eigenlijk te weinig is voor een volgende portie soep, maar te lekker om zomaar weg te gieten. Dat restje kan perfect dienen als basis voor een sausje bij pasta. Het volstaat om de soep wat te laten inkoken, zodat ze dikker wordt en beter aan de pasta blijft plakken.

Een gladde groentesoep leent zich daar het best voor, omdat ze na het inkoken al bijna de structuur van een saus heeft. Een klein beetje room of een scheutje olijfolie erbij maakt het geheel nog voller van smaak, zonder dat daarvoor extra boodschappen nodig zijn. Op die manier krijgt de soep van gisteren een heel andere plaats op het bord.

Een tweede leven voor de soep

Niet elke soep wordt op dezelfde manier een sausje, en dat is net het leuke eraan. Een soep met veel groenten geeft een stevig, hartig sausje, terwijl een lichtere soep eerder een fijn, romig laagje over de pasta legt. Deze variatie zorgt ervoor dat het resultaat elke keer weer anders smaakt, ook al is het uitgangspunt telkens hetzelfde restje.

Het inkoken van de soep duurt maar een paar minuten op het vuur, waardoor deze maaltijd bijzonder snel klaar is na een drukke dag. Wie de pasta ondertussen kookt, heeft binnen een kwartiertje een volledige, warme maaltijd op tafel staan, gemaakt uit iets wat anders misschien was blijven staan in de frigo.

Wie er de gewoonte van maakt om restjes soep zo te gebruiken, merkt al snel dat er minder eten overblijft aan het einde van de week. Het restje van gisteren wordt zo geen vervelende verplichting meer, maar een handig begin van een nieuwe, snelle maaltijd voor de volgende dag.